Introduction

De bronzen vrouwen van Ton zijn soms wat gezet en ‘oermoederlijk’, maar vaker nog getuigen zij van een ideale lijnvoering en hemelse rondingen. Maar waar de Schepper op dat punt in het paradijs stopte, daar gaat – door de verdrijving uit dat paradijs – Ton vandaag noodgedwongen verder. Sindsdien immers, moet de vrouw gekleed worden. Als ‘herschepper’ beperkt hij zich echter niet tot louter de kleding, maar waagt hij zich bij voortduring aan de herinrichting van het vrouwelijk naakt. Enerzijds door het deels te kleden, anderzijds door het naar hartenlust te klieven, te kloven, of te klampen.

Die kleding heeft vaak futuristische trekjes. Het is dan ook alsof Ton Voortman het dynamische ‘Naakt dat een trap afdaalt’, uit 1912 van Marcel Duchamp, na een eeuw toch tot stilstand heeft weten te brengen, opdat we nu eindelijk eens in alle rust de schokkende beeldsequentie in onderdelen kunnen bekijken.

Ton zet zijn beelden stil; haalt ze deels uit elkaar, schuift er soms nog iets tussen, klampt dat weer ergens aan vast. Wat nog rest bekleedt hij niet met kledingstukken maar met stukken kleding. Zijn kledinglijn is dan ook verre van functioneel of volledig, maar wel weer strak, nauwsluitend, of fraai afhangend. Wat daarmee links aan het beeld verloren lijkt, is rechts alweer teruggewonnen.

En zo bouwt Ton gestaag voort aan telkens een nieuw evenwicht voor zijn verjaagde Eva’s. Rob Møhlmann, Museum Møhlmann te Appingedam.